Ons leesonderwijs


Zoals u misschien wel weet, werken wij bij ons op school met de zogenaamde AVI-leesniveaus. De afkorting AVI staat voor Analyse Van Individualiseringsvormen en is ontwikkeld in de jaren ’70. Centraal stond het ontwikkelen van hulpmiddelen en werkwijzen voor de individualisering van het leesonderwijs. We kunnen ons voorstellen dat het voor u prettig is om te weten wat deze niveaus inhouden, vandaar deze toelichting.
De negen AVI-niveaus worden enerzijds gebruikt om leesboeken en teksten in te delen naar moeilijkheidsgraad. Anderzijds worden ook de leesprestaties van de kinderen ingedeeld naar deze negen niveaus. Zo leest een kind in een boek dat overeenkomt met het leesniveau. Om het leesniveau te bepalen zijn de AVI-toetskaarten ontwikkeld.

Wat zijn de AVI niveaus?

De negen AVI-niveaus en dus ook de leesteksten op de bijbehorende toetskaarten, onderscheiden zich van elkaar op woord-, zins- en tekstkenmerken. Bijvoorbeeld: hoe hoger het gemiddelde aantal lettergrepen per woord is en /of hoe hoger het gemiddelde aantal woorden per zin, des te moeilijker is de tekst.

Om u een idee te geven wat het verschil is tussen de AVI-niveaus, volgt hieronder een overzicht. Ook staat erbij wanneer dit niveau ongeveer bereikt moet zijn. Deze leeslijn volgt het gemiddelde niveau van de leerlingen vanaf januari in groep 3. Het is dus een richtlijn. Ook staat erbij in welke kleur de boekjes bij ons op school gemerkt zijn. In de bibliotheek kunt u vaak voorin de boekjes lezen voor welk AVI-niveau ze geschikt zijn.
Als een kind een AVI-niveau beheerst, mag het gaan oefenen in het volgende AVI-niveau.

  • AVI 1 : maart groep 3 (rood)
    Korte zinnen, één per regel. Samengestelde zinnen over twee regels verdeeld en hoofdletters, komen voor
  • AVI 2 : juni groep 3 (geel).
    Korte zinnen, één zin per regel. Twee of drie medeklinkers vooraan of achteraan het woord, tweelettergrepige woorden zonder spellingmoeilijkheden, verkleinwoorden.
  • AVI 3 : november groep 4 (groen)
    Zinnen kunnen doorlopen over de regels, alle typen één- en tweelettergrepige woorden, drie- en meerlettergrepige woorden zonder spellingmoeilijkheden.
  • AVI 4 : maart groep 4 (blauw)
    Leenwoorden (woorden “geleend” uit een andere taal) zonder lastige, afwijkende teken- en klankcombinaties.
  • AVI 5 : juni groep 4 (grijs)
    Gemiddelde zinslengte: 7 woorden.
  • AVI 6 : november groep 5 (zwart)
    Gemiddelde zinslengte: 8 woorden.
  • AVI 7 : maart groep 5 (wit)
    Gemiddelde zinslengte: 9 woorden.
  • AVI 8 : juni groep 5 (bruin)
    Gemiddelde zinslengte: 10 woorden.
  • AVI 9 : november groep 6 (paars)
    Gemiddelde zinslengte: 11 woorden.
  • AVI 10: (roodzwart)  - In AVI 10 t/m 12 blijft het  technisch leesniveau gelijk, maar wordt de inhoud van de verhalen moeilijker.
  • AVI 11:  (geelzwart)
  • AVI 12: (witzwart)

 
In het rapport wordt het AVI lezen beoordeeld met:
 
Onder niveau: uw kind beheerst nog niet het AVI-niveau volgens de richtlijnen hierboven.
Op niveau: uw kind beheerst het AVI-niveau volgens de richtlijnen hierboven.
Boven niveau: uw kind beheerst een hoger AVI-niveau dan volgens de richtlijnen is vastgesteld.



N.B. Omdat wij merken dat de methodes in groep 4 een behoorlijke leesvaardigheid van de kinderen vragen, streven wij ernaar kinderen eind groep 3 in AVI 4 te laten lezen (dus: beheersing van AVI 3), eind groep vier in AVI 7 (dus: beheersing van AVI 6) en eind groep 5 in AVI 10 (dus: beheersing van AVI 9)